Iriscopie
In
Duitsland worden regelmatig
medische congressen gehouden, die hoofdzakelijk de iriscopie behandelen
en waaraan door honderden medici (waaronder vooraanstaande professoren) wordt
deelgenomen. Diverse grote ziekenhuizen en zelfs universiteitsklinieken houden
zich met de bestudering hiervan bezig met belangrijke, positief gunstige
resultaten. Interessant was de uitlating van de Duitse oogarts, internist en
röntgenoloog, Dr. Kosinski te Hannover, op een congres voor iriscopie te Karlsruhe.
Deze verklaarde openlijk, dat hij gedurende meerdere jaren, met zijn beide
assistenten, naast de officiële onderzoeksmethoden ook de iriscopie op zijn
patiënten toepaste. De bedoeling van zijn onderzoek was om aan te tonen, dat de
ogendiagnostiek volkomen waardeloos was! Het resultaat was echter het
tegenovergestelde. Hij durfde openlijk voor de verzamelde vertegenwoordigers
van de internationale medische wereld te getuigen, dat hij nu een overtuigd
voorstander van de iriscopie geworden was!
Wat zijn de voordelen van iriscopie?
Gezien het feit, dat vooral de doeltreffendheid van de
kankerbestrijding praktisch geheel afhankelijk is van de huidige diagnostiek,
is iriscopie alleen reeds hiervoor
van de allergrootste betekenis. Met behulp van dit preventief gemakkelijk en
weinig tijdrovend onderzoek (o.a. aanleg tot kanker) kan het zelfs op goedkope
wijze velen het leven redden. Bij het stellen van een diagnose stellen we eerst
de constitutie vast. Daarbij bekijken we de diathese, ofwel de aanleg, d.w.z.
of er ook een vatbaarheid is voor een bepaalde kwaal. Bij een iriscopiediagnose
ontvangen wij informatie over een aangeboren energie of een verborgen zwakte
van de consulterende. We kijken naar de gehele fysieke en psychische structuur.
Het functioneren van lichaam en ziel krijgen wij in het vizier.

Ze zijn letterlijk de verlengstukken van de hersenen. Twee van de
drie miljard prikkels ontvangen onze hersenen via de ogen. Door middel van een
irisscan of irisfoto is het mogelijk gemaakt om te zien, dat elke iris een
unieke persoonlijke afdruk is van een gedelete van onze hersenen. Ze vertellen,
hoe het met de consulterende is gesteld. Hij of zij is de optelsom van zijn of
haar voorgeslacht (dat zijn de genen van de voorouders). Via de iris (dat is het
gekleurde deel van de ogen) is namelijk af te lezen, hoe het met de medische
gesteldheid is en met de persoonlijke psyche. De iris en het witte omliggende
gebied (de sclera, de harde oogbol) weerspiegelt de hele persoon. De iris laat
een topografische kaart van alle organen zien. Het is als een iriskaart, die
een soort landschap van het menselijk lichaam voorstelt. Aan de ogen en met
name aan de iris is zeer goed te zien, hoe het met de lichamelijke conditie van
de mens is gesteld.
Onze ogen onthullen talloze aspecten, die verband houden met de
gezondheidstoestand. Een groot aantal medische stoornissen en ziekten kunnen
aan de hand van de tekens in de ogen worden gediagnosticeerd. Het voordeel is,
dat we vroegtijdig op de hoogte kunnen komen van een ziekte en zwaktetoestanden
of aanleg hiervoor. In een vroeg stadium kunnen dan preventieve maatregelen
worden getroffen om een ziekte of klachten te voorkomen of te verzwakken. Een
consulterende persoon kan hiermee ook tijdig een betere kijk krijgen op zijn of
haar lichaam en hoe hiermee om te gaan.
Daaronder
verstaan we het totaal van duurzame eigenschappen die bepalend zijn voor het
lichamelijk en geestelijk functioneren. De constitutie erven we van ons
voorgeslacht. Natuurlijk is het wel zo dat vanaf de geboorte we ook onze eigen
leefwijze hebben verworven, dat eveneens mede invloed zal hebben op het fysieke
en psychische gestel. De constitutie is af te lezen aan de kleur en de
structuur van het regenboogvlies van de iris. Er bestaan drie hoofdconstituties:
·
lymfatisch blauwe constitutie;
·
bililair of mengconstitutie;
·
hematogeen bruine constitutie.
De
bruine iris vertegenwoordigt alles wat met bloed te maken heeft. Vandaar ook
het woord hematogeen. Daarentegen wordt de blauwe iris in verband gebracht met
de lymfvaten. Verder verdelen we de iris in zes ringen en we beginnen van
binnenuit te tellen:
·
eerste ring is maagzone;
·
tweede ringzone is darmzone; samen vormen ze de
maagdarmzone!
·
derde ringzone bestrijkt endocriene klieren;
·
vierde ringzone gaat over spieren;
·
vijfde ringzone bestrijkt botten;
·
zesde ringzone omvat huid, lymfklieren en perifere
bloedvaten.
De binnenste zone (3e ring) tot en met de (6e
ring) vormen het ciliairveld oftewel, de buitenste zone. We kijken naar de structuur
en naar de tekens van de iris zelf, vooral naar de aanwezige tekens in de iris.
Enkele tekens die in de iris kunnen voorkomen zijn lacunes, die zijn open of
gesloten, met diverse achtergrondverkleuringen. Dan zijn er transversalen,
defecttekens, radiairen, pigmenten of vascularisaties. Ook operatietekens
(littekens) zijn in de iris zichtbaar!
In de
iris treffen we vaak witte pigmenten aan en deze zijn meestal waar te nemen in
de ciliairrand in de buitenste ring. Die duiden op aanwezigheid van urinezuren
en urinezouten in het lichaam. Zulke pigmenten komen voor in de vierde en
vijfde ringzone. Meestal zijn dit
dan wolkjes of wattenbolletjes (tophis). Dit houdt in, dat spieren, gewrichten
en botten op die plaatsen een te grote urinezuurconcentratie hebben en dus
behoorlijk verzuurd zijn.
Zulke pigmenten komen eveneens voor bij het lymfatisch hydrogeen
type. Dit komt zeven procent voor onder de mensheid. De buitenste irisring als
zesde ring oftewel het huidzonegebied, is meestal donker en heeft geen
pigmentatie. Personen met zulk een gestel zijn vaak gevoelig voor
weersveranderingen en geopathische belasting. Gewrichtsontstekingen en
huidklachten zijn regelmatig herkenbaar in deze zone. Dergelijke mensen hebben
migraine, wat vaak al in de puberteit al is begonnen. Ook jicht, nier- en
blaasstenen kunnen bij dit type mens voorkomen. Een verminderde afweer van
lymfklieren, milt en lever kan hierbij een rol spelen. Mensen met een
hydrogeenconstitutie kunnen ook licht geërgerd, ongeduldig en prikkelbaar
reageren.
Een mengoog-gestel heeft ogen waarvan de constitutie betrokken
wordt uit diverse luchtlagen. Meestal uit onstabiele lucht en heeft daarom
bijgevolg een verzwakt ooggestel. Bij warm weer is hun zicht onscherp, omdat de
basis niet uit vuur is. Bij regenachtige lucht heeft dit type een scherp zicht,
omdat vocht ook vocht aantrekt. Dingen die schitteren (ook van licht,
edelstenen en metalen) zijn voor dit type schadelijk.
Personen met een beetje groenblauwige ogen ondervinden meestal
geen problemen, maar mensen met donkerbruine ogen zien vaak scherp en behouden
dit ook langer, omdat dit bruine gevormd is uit meer materiële stoffen. Hun
contrast is scherper dan bij mensen met lichtblauwe of lichtgrijze ogen. Bij personen met lichtgrijze ogen komt
minder licht door het regenboogvlies en dat geeft daarom ook een minder scherp
beeld geeft. Bij zulke constituties bevordert aderlating het gezichtsvermogen.
© www.natuurarts.info